Literaire wandelingen — 20 april 2021

In het Parijsmagazine nemen we dit jaar een paar wandelingen op uit de bundel Langs literaire locaties in Parijs van Kees van Rijswijk. In deze zesde literaire wandeling neemt de auteur ons mee naar het buurtje rond de Rue de la Gaîté .

Het buurtje van de wandeling. Op Google maps >>>>

Rue Raymond Losserand
Eén van de aardigste straten van Parijs is de Rue Raymond Losserand, een levendige, ruim anderhalve kilometer lange snoer van winkeltjes, eethuisjes, woonhuizen en café’s tussen Montparnasse en de Portes de Vanves. Deze straat vormt het décor in ‘Het voorgevoel’ (1935), één van de romans van Emmanuel Bove (1898-1945). De literaire loopbaan van deze Bove, door de ‘Libération’ de grootste van de miskende Franse schrijvers genoemd, vertoont een grillig patroon. Na een succesvol debuut in de jaren twintig van de vorige eeuw raakt hij in de jaren veertig in de vergetelheid. Decennia later wordt hij herontdekt. Vanaf dat moment worden zijn boeken regelmatig herdrukt en heeft vrijwel elke Parijse boekhandel zijn titels in voorraad. In Nederland heeft Bove pas laat enige bekendheid gekregen. Vertalingen van zijn werk worden pas in de jaren tachtig op de markt gebracht. Van de thans beschikbare vertalingen zijn die van Mirjam de Veth doorgaans van een instructieve toelichting voorzien. Kenmerkend voor het werk van Bove is niet alleen zijn sobere schrijfstijl maar ook de keuze van zijn onderwerpen. Zijn verhalen en romans hebben vrijwel altijd betrekking op mensen die in de rafelranden van de samenleving van het Parijs tussen de twee wereldoorlogen ten onder gaan. Dat geldt ook voor Charles Besteneau, de jurist in ‘Het voorgevoel’ die zijn comfortabele appartement aan de Rue de Clichy heeft verruild voor twee armoedige kamertjes in de Rue Raymond Losserand. Voor lezers die graag houvast krijgen bij het zoeken naar de geografische setting van een boek is het werk van Bove extra aantrekkelijk. Net zoals later Patrick Modiano zal doen beschrijft hij exact in welke straten van Parijs zijn verhalen spelen. Dat geldt ook voor ‘Het voorgevoel’. Daarbij speelt wel het probleem dat de woonruimte van Besteneau zich in een pand met het adres Rue de Vanves 102-104 bevindt. Dit adres is echter op geen enkele moderne kaart van Parijs te vinden. De oplossing is simpel: de Rue de Vanves is ter ere van de verzetsheld Losserand in 1945 herdoopt in de Rue Raymond Losserand.

Het pand Rue Raymond Losserand 102-104 ligt vlak bij het metrostation Pernety. Loop van daar ongeveer 150 meter in noordoostelijke richting. Ga dan rechtsaf: de Rue du Chateau in. Loop deze uit tot aan de Avenue du Maine. Ga daar links af.

Avenue du Maine
In deze straat stond het bordeel dat Roger Martin du Gard (1881-1958) zijn hoofdpersoon in de roman ‘Luitenant-kolonel Maubert’ (1941) kort voor de overgang van de 19e naar de 20ste eeuw laat bezoeken: (…) Het was een overvloedige maaltijd geweest, met flink veel drank en ik liet me door de algehele platheid verleiden. ’Laten we naar madam Léontine gaan!’ stelde iemand voor. Madam Léontine was de bordeelhoudster van de Fric-Frac, een publiek huis aan de Avenue du Maine, achter het Gare Montparnasse, zeer gerenommeerd, tamelijk duur, en bekend vanwege het aantal, de gevarieerdheid en de charme van de bewoonsters. (…) Ik zie weer een groot vertrek voor me met vergulde panelen en spiegels, waar aan kleine tafeltjes die rondom langs de muur stonden, champagne werd gedronken, en waar een dertigtal meisjes, in korte jurkjes, hun benen nauw omsloten door zwartzijden kousen, met een verbazende ongedwongenheid heen en weer liepen. (…)

Voor alle duidelijkheid: het bordeel de Fric-Frac bestaat niet meer. Er is in Parijs nog wel een restaurant dat zo heet, maar dat bevindt zich op de rechteroever bij het Canal Saint-Martin.

Rue de la Gaîté
Ga, na ongeveer 400 meter in de Avenue du Maine te hebben gelopen naar rechts de Rue de la Gaîté in. De Rue de la Gaîté is al lange tijd ‘de straat van de vrolijkheid’. De grond waarop deze straat is gebouwd lag vroeger net buiten de stadspoorten. Daardoor werd er geen stedelijke belasting geheven. Dit stimuleerde de opkomst van cafés, danstenten, kermisachtige cabarets en andere vermaaks-gelegenheden. De sporen hiervan zijn er nog steeds: een overvloed aan cafés, restaurants, nachtclubs, sex-shops enz.

Café Gaité op de Rue Gaité , Foto door Kees van Rijswijk

In de ‘De hemel boven Parijs’ (2014), een roman van Bregje Hofstede (geb. 1988), is sprake van een ingewikkelde relatie tussen de Nederlandse studente Sofie en de Franse kunstgeschiedenisdocent Olivier. De complexiteit van deze relatie houdt onder andere verband met het feit dat Olivier vijfentwintig jaar eerder ook al een relatie met een Nederlandse studente heeft gehad. Deze studente (Mathilde) woonde in de Impasse de Rue de la Gaîté, een doodlopend zijstraatje van de Rue de la Gaîté (voor wie uit de Avenue du Maine komt aan de rechterkant).

In die tijd (…) leefden ze samen in Mathildes kleine studio, vastgeklemd tussen de huizen van de Rue de la Gaîté en de muur van de begraafplaats van Montparnasse. Mathilde had haar bed zo ver mogelijk van de oostmuur gezet anders lagen ze bijna kruin aan kruin met de doden, zei ze. (…) Hij kon zich die tijd nog goed herinneren. Zeker nu hij op hoek van de Rue de la Gaîté stond toen de eerste regen viel: (…) Dikke nazomerdruppels spatten uiteen op de stoffige straten en lieten zwarte sterren achter. De voetgangers om hem heen zochten beschutting onder de luifels van de cafés. Ook Olivier begon te lopen. Uit gewenning bijna, om snel thuis te zijn, legde hij de laatste honderd meter naar zijn oude voordeur op een drafje af. Daar bleef hij staan, in het portiek van nummer acht, Impasse de la Gaîté. Hij had geen sleutel nodig. Hij wist ook zo wel wat er achter deze deur lag, Vanaf hier wist hij blind de weg door de lange gang, over de uitgesleten treden van de trap naar de vijfde verdieping, het halletje, de deur die klemde, en dan het laatste bleke licht dat door het ribbelglazen dakraam de kleine kamer inviel (…).

Boulevard Edgar-Quinet
Loop de Rue de la Gaîté uit. Ga aan het eind naar naar links: de Boulevard Edgar-Quinet op. Ga daar linksaf. Op het adres Boulevard Edgar-Quinet 31 (aan het eind van de boulevard) was in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw het luxe bordeel ‘De Sphinx’ gevestigd. Henry Miller (1891-1980) verhaalt in zijn in ‘De Kreeftskeerkring’ (1934) gebundelde herinneringen aan zijn Parijse jaren dat hij bij de opening van dit huis een reclamefolder voor het bedrijf heeft geschreven. Dit in ruil voor gratis dienstverlening. ‘De Sphinx’ is eind jaren veertig gesloten en is later omgebouwd tot een bankfiliaal. Enkele bekende bezoekers van ‘De Sphinx’ waren Georges Simenon, Jacques Prévert, Jean-Paul Sartre, Ernest Hemingway, Duke Ellington, Gary Cooper en Eroll Flynn. Een man die men er niet zo snel zou verwachten was Hein Polzner (Drs. P.) (1919-2015). Hij vertelt hiervan in de postuum uitgegeven bundel ‘Troïka hier, Troïka daar’ (2016):

(…) De Sphinx, waar ik bij gebrek aan fondsen slechts kort verbleef, was een grote, fraaie nachtclub – beneden althans; naar de rest van het pand kan ik slechts gissen. Men zag er meisjes gekleed in bolero’s, open jasjes of minder, wat luchtigheid betreft dus sterk verwant aan de prostituees in het café, maar van veel beter gehalte. Mooier aan alle kanten, eleganter in alle opzichten en ook levenslustiger. Ze hadden, mogen we aannemen, een niet al te zorgelijk bestaan (…). Mij komt de verschraalde vrouw weer voor de geest die Vincent en mij buiten aanklampte. ‘Toe heren’, drong ze aan, ‘ik vraag maar … francs”. En toen hij weigerde: ‘kan ik dan wel de jongeheer in behandeling nemen?’, op mij doelend. Men zag dat het haar niet voor de wind ging. In De Sphinx daarentegen ademde alles welvaart (behalve ik en mijn metgezel).

Op de Boulevard Edgar-Quinet is er woensdag- en zaterdagochtend een bescheiden markt. Richard Sanders, de hoofdpersoon uit ‘Een liefde in Parijs’ (2004) van Remco Campert (geb. 1929), bezoekt de markt kort na sluitingstijd:

(…) De laatste kramen van de markt die er ’s ochtends was gehouden werden afgebroken, een paar oude, kromgetrokken mensen tastten rond in de achtergelaten kratten, op zoek naar iets eetbaars.’

Metro Gaité met het pleintje van de markt erachter Par Geralix — Travail personnel, CC BY-SA 3.0,

De Boulevard Edgar-Quinet biedt ook toegang tot het beroemde kerkhof van Montparnasse. Enkele van de schrijvers van wie het graf daar te vinden is zijn (in alfabetische volgorde): Charles-Pierre Baudelaire, Simone de Beauvoir, Samuel Beckett, Julio Cortazar, Emmanuel Bove, Joris-Karel Huysmans, Eugéne Ionesco, Joseph Kessel, Guy de Maupassant en Jean-Paul Sartre.


Deze tekst is een bewerking van een fragment uit:
Langs literaire locaties in Parijs. Vier stadswandelingen.
door Kees van Rijswijk (2018).
ISBN 978-6345-314-1.

Dit boek werd al eerder besproken op Parijsmagazine


Share

About Author

Perraudin

(0) Readers Comments

Geef een reactie