Tekst en foto’s : Chris Rachel Spatz
In het 16e arrondissement van Parijs staat aan Brignole Galliera-plein het imposante 19e eeuwse Palais Galliera. Sinds 1977 toegevoegd aan de Musées de la ville de Paris en heet sindsdien Palais Galliera musée de la Mode de Paris. Dit voorjaar heeft Palais Galliera de tentoonstelling “La mode du 18e siècle. Un héritage fantasmé”, over de damesmode van toen en de invloed daarvan op de modegeschiedenis tot op de dag van vandaag.
Een gefantaseerde erfenis
Wespentailles en uitstulpende derrières met opgevuld kussentje of frame dat 18e-eeuwse chique dames onder de rok droegen om extra volume te creëren, de zogenaamde cul de Paris, staan veraf van de gemakkelijke en comfortabele outfit waarin ik dat alles sta te bewonderen. Of is het eerder een verwonderen, want zo’n ingesnoerd lichaam kon toch niet gezond zijn. In Palais Galliera, het modemuseum van Parijs, getuigen intieme korsetten, tot de verbeelding sprekende toiletten en sprookjesachtige hoofdtooien -en het daarbij gepaard gaande ongemak voor de dames- van de ‘grandeur’ en de ‘douleur’ van de 18e-eeuwse mode. ‘Pour le plaisir de vos yeux’ (om uw ogen te behagen), zoals ze in het Frans zeggen.
Het korset van Marie-Antoinette
Dichter bij deze onthoofde koningin (1792) kan je niet komen. Het is een intieme ontmoeting over de eeuwen en de standen heen. Op 4 juni 1997 verwierf het Palais Galliera het korset van Marie-Antoinette op een veiling in het Hôtel Drouot-Richelieu in Parijs. Twee handgeschreven boekhoudkundige vermeldingen van de modehandelaarster, madame Eloffe, die de koningin als klant had, begeleidden het aan haar toegeschreven artefact. Haar tragische lot, dat eindigde onder het mes van de guillotine, en de persoonlijke passie van keizerin Eugénie (echtgenote Napoléon III) voor de ongelukkige vrouw brachten Marie-Antoinette vanaf 1840 weer onder de aandacht. In 1893, een jaar na de centennium van haar overlijden (1792), liep heel Parijs storm om het korset te zien dat was tentoongesteld in de expositie Marie-Antoinette et son temps, georganiseerd door de Sedelmeyer-galerie. Nu is het, omwille van zijn kwetsbaarheid, uitzonderlijk nog eens aan het publiek gepresenteerd in Palais Galliera.

Karakterisering van vrouwenmode, 1700-1792
De achttiende eeuw, voor de Revolutie van 1789, wordt gekenmerkt door een vernieuwde garderobe. Enerzijds een vernieuwing in de textielesthetiek en anderzijds de commerciële bloei in de modebranche veranderen het kledingsysteem. Vroeg 18e eeuw (± 1700–1750) creëert de Rococo-mode de ‘robe à la française’ met zijn uitbundige en luxueuze, pastelkleurige jurken met brede rokken met veel kant en de zogezegde Watteau-plooien op de rug. Madame de Pompadour draagt deze ‘robe à la française’ op haar portret van François Boucher. Midden 18e eeuw (± 1750–1770) staat de Verlichtingsmode voor een informelere stijl met de zwierige, geplooide polonaisejurken (robe à la polonaise) waarvan de rok wat opgetrokken en vastgebonden is en waardoor de tweede jupon of onderrok zichtbaar is. Fragonards La Liseuse is zo’n voorbeeld, alsook is het te zien op werk van Jean-Baptiste Greuze. De ‘robes à la anglaise’ zijn exemplaren zonder hoepelrokken in Engelse stijl met strak bovenlijfje en een getailleerde rug die de losse Franse plooien vervangt. Het is een praktischer alternatief voor Rococo-jurken. Élisabeth Vigée Le Brun portretteert Madame Molé-Reymond in een ‘robe anglaise’. Eenvoudiger stoffen veroveren in de jaren 1770 tot 1780 de markt. Versieringen zoals kant, strikken en linten worden aan de kleding toegevoegd. Ook borduurwerk is ‘bon ton’. Ornamenten lijken belangrijker dan de stof zelf. In 1783 schildert Élisabeth Vigée Le Brun koningin Marie Antoinette met roos gekleed in een chemise à la reine gemaakt van dunne, witte mousseline wat zonder baleinen op onderkleding lijkt en daardoor nogal wat heisa veroorzaakt. De vorstin draagt wel een extravagant kapsel. Coiffures kunnen tot wel 60 centimeter hoog zijn en versierd met veren, bloemen, parels en linten. ‘Trop’ is te veel, zelfs voor een ‘coupe’ in de 18e-eeuw.

De erfenis van de 18e-eeuwse mode
De combinatie van historische stukken en hedendaagse mode laat zien hoe de creatieve vormtaal van de 18e-eeuwse mode nog van invloed is op de silhouetten van vandaag vooral bij grote couturiers zoals o.a. Chanel, Dior, Christian Lacroix en Vuitton. In de negentiende eeuw zou men de achttiende-eeuwse mode adopteren door alleen de elementen in te vullen die samenvielen met een eigen interpretatie van het begrip luxe en verfijning. De twintigste eeuw bracht vervolgens haar opvatting van de Verlichtingsmode in dialoog met die van de negentiende. De mode wordt eenvoudiger en natuurlijker, met lichtere stoffen, minder decoratie en een lossere pasvorm. Die evolutie van het korset hangt samen met de ideeën van Jean-Jacques Rousseau. Hij pleitte voor natuurlijkheid en beïnvloedde daarmee de mode in de late 18e-eeuw. Paul Poiret, de pionier van de moderne mode, wordt gezien als de ontwerper die vrouwen bevrijdde van het korset. Coco Chanel maakte kleding nog comfortabeler. Modehuizen namen de vernieuwde trend over. Mijn grootmoeder droeg evenwel nog een korset.
Deze expositie, een gefantaseerde erfenis, belicht niet alleen de mode van de 18e eeuw zelf, maar ook hoe die stijl vandaag opnieuw wordt verbeeld en ingevuld. Ethan David Mundt, professioneel bekend als Utica Queen, Amerikaanse drag-performer en modeontwerper siert de affiche van de expositie met zijn versie van Marie-Antoinette met de roos, geschilderd door haar hofschilder Élisabeth Vigée Le Brun.
La mode au 18e siècle, een gefantaseerde erfenis,
tot 12 juli 2026 in Palais Galliera,
10, Avenue Pierre Ier de Servie Parijs.
Dinsdag tot en met zondag, van 10.00 u tot 18.00 u. Vrijdagavond tot 21:00 uur.

