Marcel Proust

Musée Carnavalet-Histoire de Paris herdenkt de 150ste verjaardag van de geboorte van Marcel Proust (Parijs 1871-Parijs 1922) met een uitgebreide en overzichtelijke tentoonstelling. Parijs speelt een grote rol in het oeuvre van deze 19deeeuwse schrijver, uitvinder van het zo befaamde ‘madeleintje’ als symbool voor opborrelende jeugdherinneringen. Hij doopte een madeleine gebakje in de thee, proefde ervan en de smaak activeerde zijn geheugen. Dit katapulteerde hem naar een plaatsje van zijn jeugd waar hij bij oudtante Leonie verbleef. Hij beschreef dit in À la recherche du temps perdu (Op zoek naar de verloren tijd): een zeven delen, 3.000 pagina’s omvattend oeuvre.

Het eerste deel van de expositie exploreert het universum van Marcel Proust: Lycée Condorcet waar hij schoolliep; zijn entree in het kunstenaarsmilieu; in de literaire en de mondaine Parijse hoge kringen. Een kaart geeft een duidelijk overzicht van de huizen waar hij woonde, van zijn netwerken en zijn uitverkoren delen van de stad. De tentoonstelling schetst ook de mens Proust. In een gefilmd interview spreekt Céleste Albaret, zijn huishoudster en vertrouwelinge, met emotie over Monsieur Proust. Ze bleef ’s nachts op, wanneer hij liggend in bed schreef, om hem te bedienen. Proust was hoffelijk, galant, super-beleefd en commandeerde nooit. Hij verzocht om iets. In hun gesprekken kwam ook de grote liefde voor zijn moeder tot uiting. In het geïdealiseerde beeld dat ze schetst van haar werkgever valt nooit het woord homoseksualiteit. Sommige getypeerde personages laten de auteur wel toe dit onderwerp aan te snijden. Marcel Proust leed aan astma, was hypersensitief, een ware hypochonder. Hij zou zeker in coronatijden, uit veiligheid, zijn witte handschoenen dragen. De man verdroeg geen lawaai en betaalde soms arbeiders om de bouwwerken op te schorten. Hij beet op zijn nagels en knipte zijn haar met een nagelschaartje. Proust was geen grote reiziger. Hij verbleef enkel in Bretagne, Cabourg, Venetië en Holland maar schuwde het niet om denkbeeldige plaatsen te verzinnen in zijn werk. Balbec, beschreven als een badplaats in Normandië, is het bekendst.
Hoofdschotel van deze tentoonstelling is de kamer van Marcel Proust; na de expositie ook te zien als deel van de vaste collectie van Musée Carnavalet. De wijze van presentatie is daar trouwens sfeervoller. Let op het originele stukje kurk aan de wand waarmee zijn laatste kamer was bekleed om geluiden te weren. Objecten, waaronder zijn jas en schrijfgerief laten de bezoeker toe Proust zo dicht mogelijk fysiek te benaderen. Een intieme ontmoeting met een auteur gebeurt uiteraard tijdens de lectuur van zijn werk.

Het tweede luik is een ontdekking van het fictieve Parijs van Proust. De stad als kader waarin de voornaamste personages uit zijn romans bewegen, elkaar ontmoeten tijdens ontelbare chique diners, beminnen, kortom leven. Niet voor niets kreeg de naam van de tentoonstelling de ondertitel ‘Un roman parisien?’ (Een Parijse roman?) Niet verwonderlijk dat o.a. de Champs-Elysées en het Bois de Boulogne daarbij een voorname plaats innemen. Proust omarmde het mondaine leven, alleen zijn kwaal noodde hem soms tot periodes van afzondering.

Bewegende beelden of de stem van Proust zijn er helaas niet op de tentoonstelling. Deze minzame en toch viriele man met bleke teint, donkere ogen en zachte stem, sprekend op ietwat monotone wijze, telkens met zijsprongen zijn verhaal makend, terwijl hij je aankijkt met het hoofd achteruit en onderwijl uit zijn jaszak een altijd bij de hand hebbend flesje Vichywater nemend, zou ik maar al te graag ontmoeten in de straten van de Marais rondom Musée Carnavalet om samen met hem te verdwalen in het labyrint van zijn welvoeglijkheden (savoir vivre), rituelen en meanderende, soms monsterlijke lange zinnen…
Chris Rachel Spatz

Musée Carnavalet 23, rue de Sévigné Parijs
Geopend: dinsdag-zondag 10-18u
Tentoonstelling Proust tot 10 april 2022
Inkom €11/€9
Metro: Saint-Paul

Geef een antwoord