Literaire wandelingen — 25 oktober 2020

In het Parijsmagazine nemen we dit jaar een paar wandelingen op uit de bundel Langs literaire locaties in Parijs van Kees van Rijswijk. In deze vijfde  literaire wandeling neemt de auteur ons mee naar het buurtje rond de Rue de Seine.

Loop, vanaf de Boulevard Saint-Germain, het noordelijke deel van de Rue de Seine in. Deze, in de 13de eeuw aangelegde, straat biedt een overvloed aan cafés, eethuizen, chique winkeltjes en (vooral) galerieën. Stop bij nummer 60: het pand van het beroemde ‘Hotel La Louisana’. Dit hotel dankt zijn faam aan de lijst van namen van de gasten die het onderdak verschafte: die lijst vermeldt niet alleen de namen van schrijvers als Hemingway, Saint-Exupéry, Miller, Sartre en De Beauvoir, maar ook die van tal van grootheden uit de jazz-wereld zoals Charley Parker, Billy Holiday, Miles Davis, Lester Young, Chet Baker en John Coltrane. Ook Jan Cremer heeft er enige tijd gelogeerd.

Parijs:  Hotel La Louisiane aan de Rue de Seine  //  foto Kees van Rijswijk

Wandel verder in de richting van de Seine. Op nummer 43, kort na de smalle Rue Jacques-Callot, staat het bekende café ‘La Palette’, ooit de stamkroeg van Alfred Yarry, Henry Miller en Jacques Prévert en het lunchcafé van Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir. Later werd het het favoriete café van Jan Cremer (geb. 1940), die er enkele jaren vlak bij woonde.

Parijs:  Cafe la Palette  aan de Rue de Seine  //  foto Wim Dammers

Op de plaats van de huidige Rue Jacques-Callot (vlak bij La Palette) was vroeger de Pont-Neuf-passage. Deze overdekte doorgang wordt beschreven door Emile Zola (1840-1902) in het eerste hoofdstuk van zijn roman ‘Thérèse Raquin’ (1867):

(…) een soort smalle donkere gang van de Rue Mazarine naar de Rue de Seine. Deze passage is dertig passen lang en ten hoogste twee passen breed: zij is geplaveid met gelige, afgesleten, losgeraakte, immer een bijtend vocht uitwasemende tegels; de rechthoekige glasramen die als overkapping dienen, zijn zwart van het vuil (…). Aan de linkerkant gapen donkere, lage, verzakte winkeltjes, waaruit vlagen koude kelderlucht ontsnappen (…) achter de etalages lijken de schemerdonkere winkels griezelige holen waarin zich wonderlijke gedaanten bewegen (…) Enkele jaren geleden was er (…) een winkel met een glasgroene betimmering, waarvan iedere spleet vocht uitzweette. Van een lange plank was een uithangbord gemaakt, waarop in zwarte letters stond ‘garen- en bandwinkel’ en op één der ramen van de deur was in rode letters een vrouwennaam geschreven: ‘Thérèse Raquin’.


Over de foto hierboven/rechts=> Rue Jacques-Callot , waar vroeger de Pont Neuf passage was. Het gebouw op nr 1 is van architect Roger-Henri Expert (1882-1955) in 1933 ontworpen voor de externe ateliers van de Ecole nationale supérieure des Beaux Arts. Foto: Ria Engel Parijsmagazine

Deze Thérèse Raquin is de tragische hoofpersoon van een boeiende roman, waarin zij, gehuwd met haar saaie neef Camille, in de armen wordt gedreven van diens vlotte jeugdvriend Laurent. De onstuimige liefde tussen Thérèse en Laurent leidt er toe dat het paar Camille om het leven brengt. Deze misdaad heeft niet alleen fatale gevolgen voor het slachtoffer, maar ook voor de daders.

De Rue de Seine vormt ook het decor voor een andere misdaad. In ‘Het Parfum’ (1985), de in de 18e eeuw spelende geschiedenis van de, door de geur van jonge vrouwen gedreven, lustmoordenaar Grenouille gebruikt de schrijver Patrick Süskind (geb. 1949) de Rue de Seine als achtergrond voor de eerste moord die zijn protagonist pleegt:

(…) Als een lint kwam de geur de Rue de Seine uitdrijven, onmiskenbaar duidelijk en nog altijd heel teer en heel fijn, Grenouille voelde hoe zijn hart bonkte en hij wist dat het niet de inspanning van het lopen was die het deed bonken, maar zijn opgewonden hulpeloosheid in aanwezigheid van deze geur (…). Onbegrijpelijk deze geur. Grenouille volgde hem met angstig bonkend hart, want hij vermoedde dat niet hij de geur volgde, maar dat de geur hem gevangen had genomen en hem nu onweerstaanbaar naar hem toetrok. Hij liep de Rue de Seine in. (…) de straat rook naar de gebruikelijke luchtjes van water, stront, ratten en groenteafval. Maar daarboven zweefde zeer en duidelijk het lint dat Grenouille leidde. De geur leidde hem feilloos. (…). Hij liep langzaam naar het meisje toe, steeds dichterbij, kwam onder de luifel en bleef een pas achter haar staan.

In de jaren vijftig van de vorige eeuw had de Rue de Seine een heel ander karakter dan thans. Dat blijkt o.a. uit de in ‘Het verhaal’ (2000) gebundelde mémoires van Ed van Thijn (geb. 1934). Hij vermeldt dat hij in deze periode met een van zijn vader ontvangen bankbiljet door de Rue de Seine slentert met

(…) aan weerszijden uitdagende, hoogst begeerlijke ‘prostituées respectueuses’, vrouwen te kust en te keur. Bij de eerste de beste krijg ik het al bijna te kwaad (…). Het kiezen alleen al is een sensatie (…). Na tien minuten wikken en wegen en vijfhonderd meter verder keer ik op mijn schreden terug. In versnelde pas, maar toch mijn waardigheid zoveel mogelijk behoudend, loop ik rechtstreeks op de eerste vrouw af. Ze heeft aan een half woord en het getoonde bankbiljet genoeg, en gaat me voor. Binnen is het aardedonker. Een lange, steile klim, ik tel, hijgend, wel acht trappen, die zo smal zijn dat je vertrekkende gasten amper kan passeren. Gelukkig is het te donker om elkaars gezichten te kunnen zien.

Het noordelijk deel van de Rue de Seine is het deel waar de galeries overheersen. In dit deel van de straat betrekt Paulina, de hoofdpersoon in ‘Au Pair’ (1989) van Willem Frederik Hermans (1921-1995), tijdens de eerste dag van haar verblijf in Parijs een kleine hotelkamer.

(…) Daar stond ze nu met haar twee grote koffers. Ze moest oppassen dat ze haar hoofd niet tegen het plafond stootte, want ze was zelfs voor een Nederlandse uitzonderlijk lang (…). Ze trok het raam van het bedompte kamertje open en keek, op haar knieën liggend, in een binnenplaatsje waar niets gebeurde. De omringende achtergevels, waar verf en pleisterwerk van afbladderden, waren overladen met allerlei buizen, kabels en draden: gasbuizen, waterleidingbuizen, rookkanalen, hulpschoorstenen, (…) draden van de telefoon en van de televisie. Als een kabel of leiding niet goed meer functioneerde, werd er blijkbaar gewoon een nieuwe naast gelegd en de oude bleef zitten.

De Rue Mazarine heeft weliswaar wat minder allure dan de Rue de Seine, maar is voor velen toch een geliefde straat. Dat wordt geïllustreerd door de prijs van de huizen. Medio 2020 was de gemiddelde vraagprijs voor een één-kamer-appartement van ongeveer 30 m¬¬2 E 400.000,– en die van een twee-kamer-appartement van 50 m 2 E 700.000,–. In de jaren zestig was dit heel anders. In die periode vindt de Amerikaanse student Walker, de hoofdpersoon in het boek ‘Onzichtbaar’ (2009) van Paul Auster (geb. 1947), er een kamer voor.

(…) een maandprijs die gemiddeld neerkomt op twee dollar per nacht. In het Parijs van 1967 is niets duur, maar zelfs naar de normen van die tijd gemeten is dat een extreem lage huur, een daad van menslievendheid bijna, en Walker besluit in een impuls op het aanbod in te gaan (…). Het Hôtel du Sud is een oud, vervallen etablissement in de Rue Mazarine, in het zesde arrondissement, niet ver van het metrostation Odéon aan de Boulevard Saint-Germain. In Amerika zou een pand in zo’n bouwvallige staat onbewoonbaar verklaard en gesloopt worden, maar dit is Amerika niet, en het krot waar Walker nu woont is desondanks een historisch monument, gebouwd in de zeventiende eeuw, denkt hij, misschien nog eerder, wat inhoudt dat zijn nieuwe behuizing, ondanks de viezigheid en de bouwvalligheid, ondanks de krakende uitgesleten treden van de smalle wenteltrap, toch niet geheel zonder charme is. Toegegeven, zijn kamer is een rampgebied van broos, afbladderend behang en gebarsten houten vloerdelen, het bed is een aftands spiraalgeval met een ingezakte matras en keiharde kussens, het kleine bureautje wiebelt, de bureaustoel is de minst prettige stoel van heel Europa en aan de armoire ontbreekt een deur, maar afgezien van deze nadelen is de kamer redelijk ruim, stroomt er door de twee dubbele ramen licht naar binnen en zijn er geen straatgeluiden te horen.

Parijs:  Rue Mazarine met op de achtergrond het Institut de France

Dit fragment is een bewerking van een passage uit:
Kees van Rijswijk (2018). Langs literaire locaties in Parijs. Vier stadswandelingen. ISBN 978-6345-314-1. E 15,–. Te koop via Boekenbestellen.nl of de erkende boekhandel.

 


Kees van Rijswijk schreef twee boekjes met literaire wandelingen door Parijs:

  • Langs literaire locaties in Parijs. Vier stadswandelingen (2018) ISBN 978-94-6345-314-1 en
  • Nog meer literaire locaties in Parijs. De rechteroever (2019). ISBN 978-94-6345-516-9.

Bovenstaande fragment komt uit het eerste boek.

Share

About Author

Perraudin

(0) Readers Comments

Geef een reactie